Geschiedenis

Het dispuut M.O.C.C.A. bestaat alweer meer dan 100 jaar en is daarmee het oudste dispuut van S.C.R.E.D. Dit houdt in dat ons luisterrijke dispuut een lange historie heeft, waar wij als M.O.C.C.A.nen best trots op mogen zijn. Een goede M.O.C.C.A.an kent dan ook de geschiedenis, al was het maar als eerbetoon aan de eerste praeses van M.O.C.C.A., de historicus J. Itjeshorst.

Laten we teruggaan naar het eerste moment dat M.O.C.C.A., onder het alziend oog van Allah, Zijn Naam zij geprezen, het licht zag. Hieronder volgt het oprichtingsverhaal zoals het al generaties aan M.O.C.C.A.nen wordt verteld:

‘… Het luisterrijke dispuut M.O.C.C.A. is opgericht in de nacht van 23 op 24 mei in het jaar 1912, evenals het inmiddels alweer enige tijd overleden dispuut T.E.R.A. Daar één van beide disputen toch de oudste moest worden, besloot men deze kwestie door zandlopers te laten beslissen: beide disputen zouden tegelijkertijd een zandloper omdraaien. Het dispuut waarvan de zandloper het eerst leeg zou zijn, zou zich het oudste mogen noemen.’

Waarschijnlijk kun je de afloop wel raden: juist! T.E.R.A. won, al dan niet terecht, en mocht zich de oudste van de twee disputen noemen. Naar aanleiding hiervan heeft M.O.C.C.A. zijn mythologie op zandlopers gebaseerd. “Zandloper” werd “Loper in het zand” en tenslotte “Kameel”.’ (ontleend aan de lezing van amica Ine Bender, oktober 1984)

Het dispuut M.O.C.C.A. wordt op 25 oktober 1912 door de S.C.R.E.D.-vergadering officieel erkend – evenals de andere disputen van dat jaar, A.E.N.E.A.S. en T.E.R.A. De reden van het oprichten van disputen in dat jaar is het grote aantal sjaarzen. S.C.R.E.D. wordt simpelweg te groot om als ongedeelde vereniging steeds bijeen te komen op de kamers van één van haar leden. 16 ouderejaars worden door 21 eerstejaars (waaronder vier Delfteriken) compleet overschaduwd. Het integreren met de eerstejaars gaat niet zoals het bestuur en de leden wensen. De vergaderingen van S.C.R.E.D., altijd bezocht door bijna alle leden, lijden direct onder de oprichting van de disputen. Deze worden op 20 oktober 1914, nadat de mobilisatie ook S.C.R.E.D.-leden onder de wapenen heeft geroepen, dan ook geschorst om de S.C.R.E.D.-vergaderingen niet teveel te laten lijden onder de perikelen van de Eerste Wereldoorlog. De schorsing zou tot 6 december 1916 duren.

Het eerste bestuur van M.O.C.C.A. bestaat uit drie leden: amice J. Itjeshorst, praeses; amice L.G. Goldschmeding, ab-actis en amice H.J. Dirksen, fiscus. Dit bestuur zit echter maar een half jaar, want Itjeshorst, bijgenaamd Ittelepit, staakt in februari 1913 zijn taak als praeses. Amice Ittelepit is in 1912 betrokken bij de heroprichting van de Delftse afdeling en ontvangt hier op S.C.R.E.D. het erelidmaatschap voor en op Delft het lidmaatschap van verdienste. Leiden is duidelijk enthousiaster over de heroprichting dan Delft. Het stopt namelijk de stroom van Dufteriken richting het Leidsche. In Ittelepits plaats komt de tweede praeses amice J.C.H. de Pater. Het eerste ab-actiaat na de schorsing van M.O.C.C.A. (januari 1917 – januari 1918) wordt vervuld door amice J.P. Vergouwen jr., de schrijver van het M.O.C.C.A.-lied. Waarschijnlijk schrijft hij het lied tijdens zijn ab-actiaat of tijdens het praesidiaat dat hij het daarop volgende jaar vervult.

In 1923 zijn drie M.O.C.C.A.nen betrokken bij de oprichting van het dispuut T.A.E.N.I.A.: Am. G.J. Sizoo, de toenmalige praeses M.O.C.C.A.e, is een van hen en hij wordt de eerste praeses van T.A.E.N.I.A. Hij zal de enige zijn die ooit dit dubbelpraesidiaat vervult.

In het bestuursjaar 1925-1926 doet zich een noviteit voor. Het dispuut is klaarblijkelijk zo gegroeid dat een vierde bestuursfunctie noodzakelijk wordt geacht. De eerste die de functie van assessor mag vervullen is am. G. Wessel. In 1931 wordt het zesde dispuut van S.C.R.E.D., L.U.C.I.F.E.R. opgericht; drie M.O.C.C.A.nen zijn medeverantwoordelijk. Eén van de oprichters is amice J. van Baal, die in dat jaar ab-actis van M.O.C.C.A. is. De betrokkenheid van M.O.C.C.A. bij het oprichten van nieuwe disputen maakt M.O.C.C.A. de moeder van alle disputen op S.C.R.E.D.

In het bestuursjaar 1934-1935 doet het eerste meisje haar intrede bij M.O.C.C.A., omdat de ab-actis, amice Arie Verkuyl, zijn eigen notulen niet meer kan lezen. Er wordt voorgesteld om een verloofde van één van de M.O.C.C.A.nen aan te stellen om deze voortaan te schrijven. Om te bepalen wie het (eerste) M.O.C.C.A.-meisje mocht worden, wordt er een wedstrijdcommissie ingesteld. Wie zich het eerst verlooft, diens verloofde wordt M.O.C.C.A.-meisje. Winnaar van de eerste wedstrijd is de theoloog Arie Barendrecht en zijn verloofde Greetje Pras, dochter van hervormd predikant ds. G. Pras uit Katwijk, wordt het eerste M.O.C.C.A.-meisje. De notulen zijn echter nooit door één der M.O.C.C.A.-meisjes geschreven.

In de periode tussen 1936 en 1942, waarschijnlijk in dat laatste jaar, gaat het M.O.C.C.A.-archief verloren, mogelijk door brand. Amice D. Hoegen schrijft in een brief aan een latere ab-actis dat hij alleen het vierde notulenboek heeft kunnen redden. Dit zou dan tijdens zijn praesidiaat in 1942 moeten zijn gebeurd en zou ook verklaren waarom er slechts vanaf dat jaar poststukken tussen M.O.C.C.A., andere disputen en S.C.R.E.D.-besturen zijn. De eerste bewaarde notulen zijn van 9 december 1936. Ab-actis ‘Pop’ Eringa schrijft: “Notulen van de 132ste M.O.C.C.A.-vergadering, gehouden den 9en December ’36 ten huize van den heer A. Verkuyl, Joh. De Wittstraat 30. Leiden.”

De vergadering, de belangrijkste der oases, is voor de oorlog zeer uitgebreid. Elke vergadering vindt er op zijn minst een lezing, enige memorisaties en natuurlijk het notulendebat plaats. Alles is gericht op de eloquentie: het verbaal scherpen van de academicus in de dop. Het belangrijkste debat was dat rond de notulen, waarbij de ab-actis zich de vrijheid veroorlooft om de waarheid op te schrijven zoals hij deze heeft ervaren. Vaak was deze via zijn duim tot hem gekomen. De praeses wordt tijdens de debatten regelmatig verbaal klem gezet door de overige M.O.C.C.A.nen en als de assessor de vergadering moet leiden is de orde volledig zoek. Zooiende M.O.C.C.A.nen zorgen ervoor dat de vergadering zijn beloop niet meer kan hebben en als de M.O.C.C.A.nen tijdens het debat iets te heet gebakerd zijn dan kan het weleens zo zijn dat een praeses de controle volledig kwijt raakt. In 1938 culmineert dit door het lossen van een pistoolschot door één der leden in de vergadering om zijn argumenten kracht bij te zetten. Deze vergadering leidt tot de geboorte van een nieuwe functie binnen M.O.C.C.A., namelijk die van Arbiter Elegantiae. Deze functionaris dient te allen tijde bewapend met een pistool op de vergadering aanwezig te zijn om zo nodig de orde schietenderwijs te herstellen.

In 1937 bestaat M.O.C.C.A. vijfentwintig jaar. Dat wordt natuurlijk gevierd! Allereerst is er op de sociëteit een receptie. Tijdens de vergadering voorafgaand aan de receptie wordt besloten een psychologisch experiment te doen. Uit studies is volgens de vergadering gebleken dat verwende mensen zich misdragen als ze iets niet krijgen wat ze wel begeren. Er wordt besloten dat de overige S.C.R.E.D.-leden de proefpersonen zullen zijn. De M.O.C.C.A.nen krijgen tijdens de receptie wel wijn te drinken en de overige leden niet. Tijdens de vergadering hebben de M.O.C.C.A.nen, volgens de ab-actis, veel lol over hun experiment. Helaas is er geen verslag bewaard gebleven van de receptie.

De Tweede Wereldoorlog is voor M.O.C.C.A., net als voor de rest van de wereld, geen tijd van uitbundig gedrag en veel vertier; toch viert M.O.C.C.A. in 1942 (gewoon) haar zesde lustrum met reünisten. De oorlog heeft ondanks studentikoze ontkenning van de apolitieke Leidse student ook zijn gevolgen voor M.O.C.C.A.: na de sluiting van de Leidse Universiteit op 26 november 1940 krijgt het dispuut geen aanwas meer. Ook de razzia’s op mannen van inzetbare leeftijd nemen toe, zodat enkele M.O.C.C.A.nen onderduiken. Van november 1942 tot en met november 1945 wisselt het bestuur niet en onder aanvoering van amice P. Bult (Nomen est Omen) is M.O.C.C.A. het eerste dispuut van S.C.R.E.D. dat na de oorlog weer bijeenkomt. M.O.C.C.A. vergadert sinds 1912 traditiegetrouw op kamers van de leden en de eerste sociëteit van S.C.R.E.D., op Rembrandtstraat 23 vanaf 1936 tot aan de oorlog, brengt daar weinig verandering in. Bij sommige vergaderingen wordt de sociëteit wel gebruikt. Zo ver bekend zijn geen van de M.O.C.C.A.nen omgekomen door oorlogsgeweld. Een geluk waar niet ieder dispuut op S.C.R.E.D. van mag spreken. Toch heeft de oorlog zijn diepe sporen achtergelaten en moet M.O.C.C.A. zich herpakken, ook al kan er weer normaal worden vergaderd.

Net na de oorlog doet de Civitas-gedachte opgeld: contact met elkaar ongeacht stand, milieu of godsdienst. Het is de bedoeling dat de confessionele verenigingen geen gezelligheids- en algemene vormingsactiviteiten meer zouden organiseren, maar dat alle leden van S.C.R.E.D. ook lid van het corps L.S.C. zouden zijn, of van de V.V.S.L. voor vrouwen. Hierdoor lijkt zich een verharding op te treden in de omgang van de leden met elkaar, zo ook bij M.O.C.C.A. Het dispuut staat in de jaren vijftig als ruig bekend en om de harde omgang tussen de leden.

Tijdens de vergaderingen floreert het notulendebat en de homines ab-actis schrijven er lustig op los. Woestijnen, kamelen, oases, zwoele haremdames, boze geesten en heidense ruiters die de M.O.C.C.A.nen proberen te verslaan (hetgeen uiteraard niet lukt) maken de notulen tot ongekende hoogstandjes van de Nederlandse literatuur. Ook de lezingen zijn in die tijd van hoogstaand niveau en gaan over de wisselende onderwerpen die te maken hebben met het geloof of met meer aardse zaken. In deze periode floreren evenals voor de oorlog de koffie-uurtjes tussen de colleges door.

Begin jaren zestig gaat het bij M.O.C.C.A. nog zoals het voorgaande decennium, maar halverwege de jaren zestig worden de vergaderingen minder belangrijk en zijn het vooral de sociale activiteiten zoals (afstudeer-) borrels, die de boventoon voeren. Overigens blijft M.O.C.C.A. een traditioneel herendispuut. Hierin komt pas verandering wanneer in 1970 de eerste vrouw zelfstandig lid wordt. Een gemengd dispuut brengt veranderingen met zich mee en de paradijsvrouwen (genaamd fatima’s hoeri’s conform de Arabische symboliek) verdwijnen achter de horizon evenals het M.O.C.C.A.-meisje.

Na 1975 trekt onder invloed van twee grote aankomstjaren, met name 1977, M.O.C.C.A. weer enthousiaster naar de oase die de vergadering heet. Uit de notulen van een vergadering die op 16 september 1975 werd gehouden blijkt dat M.O.C.C.A. in die tijd een groot aantal commissies had: zo wordt er gesproken over de commissie serieus/cultureel, sportcie, liedcommissie, commissie SSR-activiteiten, weekendcie, morescommissie, bullencie en zelfs een aparte commissie die tijdens de vergaderingen notuleert. Tradities die wat waren verwaterd worden weer in ere hersteld en de M.O.C.C.A.nen vergaderen vaak, maar gaan ook naar theatervoorstellingen en films en zijn geheel passend in de tijdsgeest erg sociaal betrokken en gaan naar fora en lezingen over allerhande sociaal-maatschappelijke zaken. Het gezamenlijk eten, in plaats van het koffie-uurtje, komt in zwang en zal nooit meer weggaan. In 1982 vindt het hoogtepunt van deze periode plaats. Ter ere van het XIVe lustrum wordt samen met T.E.R.A. een lustrumweek georganiseerd en vindt tevens een grote reünie plaats met veel oude M.O.C.C.A.nen.

Het einde van de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig, in de naweeën van de maatschappelijke revoluties van de zestiger en zeventiger jaren, zijn echter geen goede tijden voor traditionele disputen op S.C.R.E.D. Na de eerste sterfte door het fuseren of mengen van ongemengde disputen, A.E.N.E.A.S. was één van de eerste slachtoffers, worden disputen nu ook het slachtoffer van een antistudentikoze politieke correctheid. Eerstejaars willen alleen maar lid worden van nieuwe disputen of disputen die bereid zijn radicaal hun oude mores overboord te gooien, zo lijkt de opvatting. Sociaalgeëngageerde werkgroepen annex disputen zijn erg in trek, evenals de jaarclubachtige jongerejaarsdisputen.

Al in 1979 notuleert de ab-actis bij een activiteit dat er ‘een opkomst was die ver beneden peil lag en aantoonde dat M.O.C.C.A. nog steeds te veel draait op haar gevestigde krachten en nog te weinig op een nieuwe generatie.’ Wanneer M.O.C.C.A. in 1980, 1981 en 1982 weinig of geen sjaarzen krijgt, wordt de situatie penibel. Een slinkende groep M.O.C.C.A.nen moet het dispuut levend houden en de opzeggingen van de ouderejaars komen met grote regelmaat binnen. Een kleine maar volhardende groep vindt echter dat M.O.C.C.A. niet verloren mag gaan, maar is ook van mening dat niet zomaar alle mores overboord mogen worden gegooid. Aangezien M.O.C.C.A. voornamelijk nog maar bestaat uit ouderejaars, die minder binding hadden met S.C.R.E.D., ontstaat het idee om buiten de vereniging als dispuut verder te gaan. S.C.R.E.D. is niet erg blij met dit plan aangezien M.O.C.C.A. dan 25 van de 100 leden zou meenemen. Verder wil S.C.R.E.D. ook niet één van de laatste vooroorlogse disputen verliezen. Men komt tot een compromis: M.O.C.C.A. mag niet, zoals de voorgaande jaren, eerstejaars weigeren en S.C.R.E.D. zal dan zorgen voor een grote groep sjaarzen.

Bij de verdeling van de sjaarzen in de novitiaatstijd van 1983 worden 11 sjaarzen bereid gevonden lid te worden. Deze worden op traditionele wijze geïnaugureerd en worden in de loop van 1984 door de laatste ouderejaars nog eenmaal onderwezen, door middel van een lezing, in alle tradities en mores van het dispuut met tot slot de vermaning dat zij het dispuut slechts waardig zijn als zij niet licht tradities overboord gooien.

Hierna volgen in enkele vergaderingen stemmingen over alle mogelijke tradities, zelfs over het allang niet meer bestaande M.O.C.C.A.-meisje. De meest tradities blijven tot raadsel van velen buiten het dispuut gehandhaafd. De mores die betrekking hebben op het uiterlijk vertoon, het zingen van het dispuutslied, het gebruik van dispuutslinten, ze sneuvelen één voor één. Toch bestaat bij de buitenwereld het misplaatste idee dat M.O.C.C.A. heropgericht is. Dit wordt versterkt door weinig aan traditie hechtende M.O.C.C.A.nen die slordig met de mores én attributen van het dispuut omgaan.

Het slordig omgaan met attributen blijkt het beste uit het stelen door een aantal T.A.E.N.I.A.ni van het M.O.C.C.A-vaandel in het begin van de jaren tachtig. Op de vergadering wordt een veiligheidscommissie ingesteld die een plan moet verzinnen om het vaandel terug te roven. Na enkele vergaderingen met mooie plannen maar weinig actie biedt een deal de uitkomst. Het vaandel wordt teruggegeven in ruil voor het lenen van enkele Monty Python-tapes voor een T.A.E.N.I.A.al filmavondje.

Overigens besluit het zusje T.E.R.A. in 1982 dat het totaal geen concessies wil doen aan de jongerejaars wat betreft de mores en tradities en besluit in 1983 een reünistenclub te worden, die uiteindelijk in 1996 is opgeheven.

De jaren tachtig zijn voor M.O.C.C.A. een periode waarin M.O.C.C.A.nen veel lol hebben en zich weinig bekommeren om tradities, enkele daargelaten, en in botsing komen met het dispuut T.A.E.N.I.A. dat sinds 1983 claimt het oudste te zijn. Dit leidt tot zooien op de dies natalis societatis, maar M.O.C.C.A. mag altijd als eerste zingen omdat T.A.E.N.I.A. diep in haar hart ook weet dat M.O.C.C.A. ouder is. Tenslotte was hun eerste praeses ook een M.O.C.C.A.an. Het zooien leidt begin jaren negentig verschillende keren tot een naar handgemeen waarbij mensen van het podium worden afgegooid. Dit leidt in 1996 tot een briefwisseling tussen het Moederdier T.A.E.N.I.A.e en M.O.C.C.A. waarin het recht op het als eerste zingen wordt gewaarborgd zolang M.O.C.C.A. de traditionele inauguratie maar behoudt. Daar M.O.C.C.A. nooit het plan had, heeft of ooit zal hebben deze te veranderen is dit geen probleem en wordt het aanbod aanvaard.

Enkele nieuwe tradities ontstaan in de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig, zoals het zeilen rond de dies en in de zomer, een sleep-in met kerstmis en het wekelijks met elkaar eten, eerst in de universitaire mensa “De Bak”, later op S.C.R.E.D. en nu op Augustinus en Quintus. Inmiddels is de wekelijkse gezamenlijke maaltijd het enige wat bewaard is gebleven. Een traditie uit de jaren negentig die zeker voortzetting behoeft, is het organiseren van het Oude Disputen Feest samen met T.A.E.N.I.A. en L.U.C.I.F.E.R.

Vanaf de jaren negentig gaan er steeds meer stemmen op steeds meer tradities, waar nodig, in eer te herstellen en ook het zingen van het M.O.C.C.A.-lied, onder meer op de disputenavond van S.C.R.E.D., wordt weer steeds meer gedaan. Linten, hamers, liederen en de vergadering in oude stijl zijn weer meer en meer geaccepteerd. De leden lijken zich weer te realiseren dat een oud dispuut ook mooie oude tradities heeft en dat men dat ook best uit mag dragen en niet verborgen hoeft te houden voor anderen.

Het dispuut is nu behoorlijk groot en veel M.O.C.C.A.nen zijn actief op SSR. De pandcommissie zit vol met M.O.C.C.A.nen en de hele sociëteit lijkt door hen te worden verbouwd. De zolderbar met al haar rondingen is een M.O.C.C.A.ans product evenals de zolderbardeur die met T.A.E.N.I.A.-zegel en al doormidden is gezaagd. Begin jaren negentig zijn de M.O.C.C.A.nen goed vertegenwoordigd in commissies, het algemeen- en sociëteitsbestuur van S.C.R.E.D.
Het herboren zelfvertrouwen van het dispuut wordt goed geïllustreerd wanneer Dennis Roozemond in 1997 het snode plan opvat om het ab-actiale koffertje met daarin heel gevoelige informatie van T.A.E.N.I.A. te ontvreemden. Dit nog jonge dispuut raakt volledig overstuur en vele M.O.C.C.A.nen worden dagenlang belaagd; bij enkele huizen van M.O.C.C.A.nen wordt door T.A.E.N.I.A.ni dag en nacht gepost. Na een zinderende week van intriges en dubbelspel wordt afgesproken de koffer voor de burcht terug te geven. Toen de T.A.E.N.I.A.ni echter na het zingen van hun Carmen de koffer terug wilden, bleek hij weer op de laatst aangetroffen plek te zijn. Sommige T.A.E.N.I.A.ni, vooral de eerstejaars, geloven daarom ook niet dat de koffer ooit weg is geweest, maar dat het een sinister complot was van M.O.C.C.A. en T.A.E.N.I.A. om de eerstejaars bezig te houden.

Dankzij een kort amoureus avontuur van een M.O.C.C.A.-praeses met de praeses van SSRA-dispuut S.E.S.A.M. bloeit er een hechte band op tussen beide disputen. Dit heeft zo zijn vruchten afgeworpen. Feest- en borrelavonden over en weer worden goed bezocht. Uiteindelijk houdt M.O.C.C.A. er een innige relatie met het illuster oratorisch dispuut S.E.S.A.M., wat zelf het oudste dispuut van zijn vereniging is, aan over. Tot op de dag van vandaag wordt dit contact in stand gehouden.

In 2000 laat M.O.C.C.A. nog eens zien dat dit oude dispuut floreert als vanouds. Na alle strenge voorzorgsmaatregelen omtrent Koninginnedag in Leiden, vanwege taartgooiende anarchisten, komt de oppertaartsnijder op het idee om een taart aan te bieden aan Hare Majesteit. Dit wordt echter verijdeld door enige sneue lui van de RVD. Het lukt echter wel om de M.O.C.C.A.-taart aan te bieden aan Z.K.H. Prins Constantijn. Het aanbieden van de taart en het spandoek aan het M.O.C.C.A.-huis op de Pieterskerkhof zorgen voor de nodige media-aandacht voor M.O.C.C.A. Het dispuut wordt op TV vermeld en staat in verscheidene kranten, waaronder het N.R.C. Handelsblad.

Na de karige lichting van 1999 wordt in het jaar 2000 een strak georganiseerde novitiaatstijd binnen M.O.C.C.A. ingevoerd. Dit blijkt een ideaal bindingsmiddel voor de eerstejaars. Niet langer wordt er het hele jaar door gestemd over losse eerstejaars. Een keer per jaar wordt er gestemd over de novieten zodat de samenhang beter kan worden bekeken. Verder wordt het inauguratieweekend naar januari verschoven om de eerstejaars meer tijd te geven M.O.C.C.A. en elkaar te leren kennen. Met een groenboekje in de hand als reisgids doorlopen de novieten een programma dat eindigt in een sjaarzenoase, een activiteit die zij zelf organiseren voor de ouderejaars. Daarna volgt het inauguratieweekend. Inmiddels is dit omgedraaid en organiseren de net geïnaugureerde M.O.C.C.A.nen hun sjaarzenoase na het weekend als blijk van hun inzet voor het dispuut. M.O.C.C.A. trekt in 2000 een sterk jaar aan met acht eerstejaars. Het blijkt een actieve en enthousiaste lichting M.O.C.C.A.nen. Op 3 oktober 2001 verwerft het dispuut M.O.C.C.A. weer enige bekendheid in de regio door mee te werken aan een televisiereportage op TV West, een regionale zender.

Op 3 november 2001 wordt het lint van de Praeceptor Eloquentiae tijdens de, voor het Eeuwfeest van SSR georganiseerde, reünistenvergadering teruggegeven. Ook erkent M.O.C.C.A. de bijzondere inspanning rond 1983 van twee M.O.C.C.A.nen: amica Ine Bender en amice Loek Wagenaar. Zij zijn ter ere van het XVIIIe lustrum van het dispuut M.O.C.C.A. geïnstalleerd als ereleden van het dispuut. Speciaal voor dit lustrum wordt een hele week georganiseerd in mei 2002. Hoogtepunten zijn de vergadering en de maaltijd waarbij vele (sommige inmiddels zeer bejaarde) reünisten hun gezicht lieten zien. Tijdens de maaltijd geeft een reünist aan de toenmalige praeses M.O.C.C.A.e een hamer, die vele jaren daarvoor kwijt was geraakt en waarvan het bestaan al bijna was vergeten. Tijdens een reünie in 2007 zingen enkele reünisten een alternatief M.O.C.C.A.-lied, genaamd ‘Zie de lange stoet der kamelen’, dat tijdens de jaren 70 in zwang geweest schijnt te zijn. Inmiddels is ook dit lied opgenomen in het M.O.C.C.A.anse repertoire.

De relatie met T.A.E.N.I.A. bereikt een dieptepunt. Een aantal M.O.C.C.A.nen besluit in beschonken toestand de tekst ‘Heil M.O.C.C.A.’ in de T.A.E.N.I.A.-tafel op SSR te krassen. Uiteraard laat T.A.E.N.I.A. het hier niet bij zitten: als wraakactie wordt besloten het dispuutschildje van M.O.C.C.A. (dat op SSR boven de bar hangt) te ontvreemden. Om het schildje terug te verdienen, stelt T.A.E.N.I.A. als tegenprestatie dat M.O.C.C.A. in een stoet van Leiden Centraal naar SSR dient te lopen terwijl zij het T.A.E.N.I.A.-lied luidkeels ten gehore brengen of dat M.O.C.C.A. een helikopter regelt om de amica mater naar de vergadering te brengen. Uiteraard gaat M.O.C.C.A. niet in op deze eisen en komt vervolgens zelf met andere (redelijke) tegenprestaties om het schildje terug te krijgen. Enkele jaren hangt er boven de bar een namaakschildje dat door T.A.E.N.I.A. in elkaar is gezet, waar het oprichtingsjaar ‘1984’ op staat. Dit jaar als oprichtingsjaar is natuurlijk onzin. Gezien T.A.E.N.I.A. geen gehoor wil geven aan ons aanbod van tegenprestaties wordt er in 2014 besloten een commissie op te richten die verantwoordelijk is voor het vervaardigen van een nieuw schildje. Een jaar later is het schildje voltooid en per 24 november 2015 hangt het trots boven de bar met correcte oprichtingsdatum.

In het jaar 2012 bereikt M.O.C.C.A. als eerste dispuut van Leiden haar honderdste levensjaar en dit wordt natuurlijk groots gevierd. In de week van 24 mei zelf wordt een lustrumweek gehouden met als thema ‘Eeuwig Leven’. Deze week wordt feestelijk geopend wordt met een reünistendag. Deze wordt onder andere bijgewoond door 64e jaars M.O.C.C.A.an amice Mante. Bovendien heeft amice Bol (aankomstjaar 1957) niet alleen een oud Goudsche M.O.C.C.A.-pijp meegebracht, maar ook heeft hij een heus lustrumlied geschreven. Op het inauguratieweekend eerder dat jaar is in een moment van onoplettendheid de hamer, die twee lustra eerder weer was opgedoken, van de imam ontvreemd door een van de oudste leden. Op de reünistendag begint het lid in kwestie met een lange toespraak waarin hij het belang aangeeft van goed op je spullen letten. Echter ziet een der reünisten zijn kans schoon en bezitter van de hamer wordt midden onder zijn toespraak zelf van dit reliek ontvreemd. Na enkele omzwervingen komt de hamer diezelfde avond nog weer bij de imam terecht. Enkele andere hoogtepunten van de week behelzen een voor alle SSR-leden georganiseerd zwembadfeest en een eigen lustrumgala op de dag dat M.O.C.C.A. daadwerkelijk de honderdjarige leeftijd bereikt. Dit zwembadfeest valt zodanig in de smaak bij de aanwezigen dat meerdere studie- en studentenverenigingen zelf ook dergelijke feesten zijn gaan organiseren.
Als kers op de taart wordt die zomervakantie een lustrumreis gehouden naar Marokko. Op deze achtdaagse rondreis zijn zowel de vele hoogtepunten, zoals een kamelentocht door de woestijn en een overnachting onder de sterrenhemel naast een echte oase, als enkele dieptepunten, zoals het wegennet, intens beleefd. Daarnaast is er ter ere van het lustrum een lustrumalmanak geschreven en deze is ook nu nog de moeite van het lezen zeer waard. Ook is de deur tussen de zolderbar en de dagruimte op S.C.R.E.D. ter ere van het lustrum opnieuw geschilderd.

Zo ziet U: het Oudste, meest Heerlijke en zeer Luisterrijke dispuut M.O.C.C.A. bruist (weer) in oude glorie en als nooit tevoren. Na een eeuw waarin de kameel en zijn berijders voor vele hete vuren hebben gestaan, branden zij hun voeten niet aan het zand. Zij stappen door het mulle zand met ferme tred. Slechts denkend aan de oase en aan de amicitia die hen verbindt…

HEIL M.O.C.C.A.!!!